Inkomensafhankelijke combinatiekorting en scheiden

Recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting is een heffingskorting. Dat wil zeggen dat er op de heffing van de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen een korting wordt gegeven. Je betaalt dus minder inkomstenbelasting en houdt dus een hoger netto besteedbaar inkomen over.

De korting wordt gegeven aan degene op wiens adres een kind dat jonger dan 12 jaar is, staat ingeschreven bij de gemeentelijke basisadministratie. Het maakt niet uit of dat je eigen kind is of een kind van een fiscaal partner of een ander kind waarvoor je de zorg hebt. 

Inkomensafhankelijke combinatiekorting - VertrOuders Kennisbank

Daarnaast dienen aan nog een aantal andere voorwaarden te worden voldaan:

  • het kind dient ten minste 6 maanden in het betreffende jaar op je eigen woonadres te zijn ingeschreven (tenzij deze termijn korter is door het overlijden van een ouder);
  • Het arbeidsinkomen moet hoger zijn dan € 4.993 (2019) of je hebt recht op een zelfstandige aftrek;
  • Je bent alleenstaand of hebt een fiscaal partner en hebt dan het laagste arbeidsinkomen van de twee.

Hoogte inkomensafhankelijke combinatiekorting

De hoogte van de inkomensafhankelijke combinatiekorting is afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen:

Arbeidsinkomen
hoger dan
Arbeidsinkomen niet
hoger dan
Inkomensafhankelijke combinatiekorting
€ 0€ 4.993Geen
€ 4.993€ 29.75211,450% x (arbeidsinkomen – € 4.993)
€ 29.752€ 2.835

Indien je in 2019 het gehele jaar AOW ontvangt is de inkomensafhankelijke combinatiekorting lager omdat er dan geen premies meer verschuldigd zijn.

Arbeidsinkomen
hoger dan
Arbeidsinkomen niet
hoger dan
Inkomensafhankelijke combinatiekorting *
€ 0€ 4.993Geen
€ 4.993€ 29.7525,86% x (arbeidsinkomen – € 4.993)
€ 29.752€ 1.452

Als je in 2019 de AOW gerechtigde leeftijd bereikt, geldt er een aangepast belastingtarief , hetgeen ook invloed heeft op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. De hoogte van deze heffingskorting berekent je met het online formulier ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2019’ op Mijn Belastingdienst.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting bij scheiding

Ook de inkomensafhankelijke combinatiekorting kan – naast eventuele andere toeslagen en heffingskortingen – voor een aanvulling van het inkomen zorgen. Bij een scheiding ben je vaak alleenstaand (zonder fiscaal partner) zodat je – afhankelijk van het inkomen – recht hebt op de inkomensafhankelijke combinatiekorting als er een kind op je adres staat ingeschreven bij de gemeentelijke basisadministratie. Het kan dus van belang zijn bij wie het kind staat ingeschreven.

Voor co-ouders geldt nog het volgende:

Bij co-ouderschap kan je ook recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting als een kind niet staat ingeschreven op je eigen adres maar wel aan de andere voorwaarden voldoet. Van co-ouderschap is sprake als een kind ten minste 3 hele dagen per week (3 x 24 uur) in je eigen huishouden verblijft. Het maakt daarbij niet uit of dit iedere week is of om de week.

Meerdere fiscale partners in een jaar

Het is ook mogelijk dat je na scheiding gelijk in hetzelfde jaar een nieuwe fiscale partner hebt. In dat geval kan de gehele inkomensafhankelijke combinatiekorting verschuiven naar één persoon.

De Belastingdienst heeft enkele voorbeelden hiervan op haar website aangegeven:

Voorbeeld 1

U hebt een kind van 10 jaar dat het hele kalenderjaar op uw adres staat ingeschreven. U hebt een arbeidsinkomen van € 25.000. Tot 1 juli bent u fiscale partners met B, die een arbeidsinkomen heeft van € 40.000. Tot 1 juli staat B ook op uw adres ingeschreven. Vanaf 1 juli tot het einde van het jaar bent u fiscale partners met C, die een arbeidsinkomen heeft van € 20.000. C staat vanaf 1 juli op uw adres ingeschreven.

Wie heeft er recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting?

C voldoet aan alle voorwaarden, dus hij krijgt de inkomensafhankelijke combinatiekorting:

  • Zijn arbeidsinkomen is hoger dan het vastgestelde bedrag in de tabel.
  • Er is een kind dat op 1 januari jonger is dan 12 jaar.
  • C staat ten minste 6 maanden op hetzelfde adres ingeschreven als dat kind.
  • C heeft in het jaar geen fiscale partner met een lager arbeidsinkomen.

U hebt geen recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting, omdat u een fiscale partner hebt met een lager arbeidsinkomen (namelijk C). Ook B heeft geen recht op de korting, omdat uw arbeidsinkomen lager is dan dat van B.”

Voorbeeld 2 

“U hebt een kind van 10 jaar dat het hele kalenderjaar op uw adres staat ingeschreven. U hebt een arbeidsinkomen van € 25.000. Tot 1 augustus bent u fiscale partners met B die een arbeidsinkomen heeft van € 40.000. B staat tot 1 augustus op uw adres ingeschreven. Vanaf 1 oktober tot het einde van het jaar bent u fiscale partners met C, die in die periode ook staat ingeschreven op hetzelfde adres als u en uw kind. C heeft een arbeidsinkomen van € 20.000.

Wie heeft er recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting?

U krijgt de inkomensafhankelijke combinatiekorting, want u voldoet aan alle voorwaarden:

  • Uw arbeidsinkomen is hoger dan het vastgestelde bedrag in de tabel.
  • U hebt een kind dat op 1 januari jonger is dan 12 jaar.
  • U staat ten minste 6 maanden op hetzelfde adres ingeschreven als uw kind.
  • U hebt dat kalenderjaar 2 fiscale partners, maar omdat u met C minder dan 6 maanden fiscale partners bent, telt C niet als partner voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Omdat uw inkomen lager is dan het inkomen van B, hebt u recht op deze korting.

B heeft geen recht op deze korting, omdat uw arbeidsinkomen lager is dan dat van B. Ook C heeft geen recht, omdat C minder dan 6 maanden op hetzelfde adres als uw kind staat ingeschreven.”

Het kan natuurlijk ook voorkomen dat je korter dan 6 maanden een fiscaal partner hebt. In dat geval komt – mits je aan de voorwaarden voldoet – de inkomensafhankelijke combinatiekorting geheel aan je toe.

De belastingdienst heeft ook hier een voorbeeld van gegeven:

“U hebt een kind van 10 jaar dat het hele kalenderjaar op uw adres staat ingeschreven en u hebt een arbeidsinkomen van € 25.000. Vanaf 1 augustus hebt u een fiscale partner, die een arbeidsinkomen heeft van € 20.000. Deze partner staat vanaf 1 augustus ingeschreven op hetzelfde adres als u en uw kind.

Wie heeft er recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting?

U krijgt de inkomensafhankelijke combinatiekorting, want u voldoet aan alle voorwaarden:

  • Uw arbeidsinkomen is hoger dan het vastgestelde bedrag in de tabel.
  • U hebt een kind dat op 1 januari jonger is dan 12 jaar.
  • U staat tenminste 6 maanden op hetzelfde adres ingeschreven als uw kind.
  • U hebt minder dan 6 maanden een fiscale partner.

Uw fiscale partner heeft geen recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting omdat hij minder dan 6 maanden op hetzelfde adres als uw kind staat ingeschreven.”

Aandachtspunten

Hebt je een fiscale partner en is het arbeidsinkomen van jullie beiden even hoog? Dan krijgt alleen de oudste de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

In 20123 vervalt de uitbetaling van de heffingskortingen aan de minstverdienende partner die zelf te weinig belasting betaald om deze kortingen te kunnen verrekenen. Vanaf 1 januari 2019 bouwt de Belastingdienst daarom deze regeling af. In 2019 betalen zijn aan de minstverdienende partner nog maar 26,667% uit onder de voorwaarde dat de andere fiscale partner voldoende belasting betaald. Voorheen kreeg deze partner het gehele bedrag uitbetaald.

In 2020 wordt dit verlaagd tot 20%; in 2021 tot 13,3% en in 2022 tot nog maar 6,7%.

Indien er voldoende vermogen in Box 3 of Box 2 zit kan deze met de fiscale partner zo verdeeld worden dat er alsnog voldoende belasting betaald moet worden om op een volledige heffingskorting recht te hebben.

Please follow and like us:
0

Geef een reactie