Toeslagen en heffingskortingen na scheiding?

Na een scheiding is het netto besteedbaar inkomen vaak lager dan ervoor. Het inkomen is vaak lager dan het voormalige gezinsinkomen, de kosten van de huishouding worden niet meer gedeeld. Toch zijn er ook een hoop faciliteiten die voor een aanvulling van het inkomen kunnen zorgen.

Kinderbijslag, fiscale heffingskortingen zoals de algemene heffingskorting, arbeidskorting, inkomensafhankelijke combinatiekortingen en ouderenkorting en diverse toeslagen zoals kindgebondenbudget en de alleenstaande ouderkop, kinderopvangtoeslag, huurtoeslag en zorgtoeslag.

 

Kinderalimentatie - VertrOuders Kennisbank

Daarnaast zijn er ook fiscale regelingen voor een gezamenlijke woning die nog gemeenschappelijk blijft.

Tijdens jullie relatie had je waarschijnlijk al recht op een aantal van deze regelingen. Omdat veel van de regelingen inkomensafhankelijk zijn, zijn de voordelen na scheiding vaak wel groter en kunnen de regelingen voor een aanzienlijke inkomensstijging zorgen. Zo hebben ouders die weinig tot geen inkomen hebben hierdoor vaak toch mogelijk om te scheiden. Wel is het van belang om op de juiste manier met deze faciliteiten om te gaan.

Bij de berekening van de kinderkosten en partneralimentatie dient dan ook rekening te worden gehouden met deze fiscale voordelen (heffingskortingen) en toeslagen.

Indien je na scheiding bij vrienden of ouders intrekt, kan dit ook grote gevolgen hebben voor diverse toeslagen. Jullie worden namelijk mogelijk toeslagpartners. Hierdoor zal vaak opeens het gezamenlijk inkomen en gezamenlijk vermogen van belang worden. De toeslagen komen hierdoor mogelijk te vervallen of worden lager.

Ook kan dit gevolgen hebben voor een bijstandsuitkering, AOW-uitkering of alleenstaande toeslagen of heffingskortingen.

In dit artikel worden de faciliteiten kort genoemd. Door door te klikken op een verwijzing kom je op een uitgebreider artikel over de desbetreffende faciliteit.

Het betreft de volgende faciliteiten:

Kinderbijslag

Voor ieder kind dat jonger is dan 18 jaar ontvang je kinderbijslag mits je aan de voorwaarden die daarvoor gelden voldoet. De kinderbijslag wordt door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) geregeld en per kwartaal uitbetaald.

Bij scheiding hebben beide ouders recht op de kinderbijslag maar deze wordt in principe per kind maar aan één ouder uit betaald. Bij co-ouderschap is echter wel een splitsing van de kinderbijslag mogelijk.

Het is daarom van belang om bij het vaststellen van de afspraken hier rekening mee te houden. Ook voor het kindgebonden budget is het van belang wie de kinderbijslag ontvangt.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting is een heffingskorting voor de belasting, net als onder andere de arbeidskorting en de algemene heffingskorting.

Je krijgt deze korting, wanneer:

  1. je een kind hebt dat op 1 januari van dat jaar jonger dan 12 jaar was
  2. het kind in dat jaar tenminste 6 maanden bij de gemeente ingeschreven staat op jouw woonadres.
  3. je  een arbeidsinkomen hebt dat hoger is dan € 4.993 (2019);
  4. je geen fiscaal partner hebt.

Voor ouders die een co-ouderschap hebben, is het mogelijk om beiden een inkomensafhankelijke combinatiekorting te ontvangen. Het is daarom van belang om bij het vaststellen van de afspraken hier rekening mee te houden.

De bijdrage kan oplopen tot € 2.835 per jaar (2019).

Kindgebonden budget

Deze korting ontvang je wanneer je een kind hebt die jonger dan 18 jaar is. Daarbij wordt voor het ontvangen van deze korting nog wel gekeken naar de hoogte van je inkomen, vermogen, het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen.

Het kindgebonden budget wordt alleen uitgekeerd aan de aanvrager van de kinderbijslag. Ook bij een co-ouderschap kan dit niet gesplitst worden. Als er meerdere kinderen zijn kan er natuurlijk wel per kind een andere aanvrager voor de kinderbijslag zijn zodat beide ouders een kindgebonden budget ontvangen. Omdat het kindgebonden budget tevens afhankelijk van de hoogte van het inkomen is, is het belangrijk om hier zorgvuldig mee om te gaan.

Proefberekening Toeslagen 2019

Alleenstaande ouderkop

Een alleenstaande ouder (ouder zonder toeslagpartner) kan aanspraak maken op een verhoging van het kindgebonden budget met de alleenstaande ouderkop. Het gaat hier om een bedrag van maximaal € 3.139 per jaar (2019) welk bedrag onafhankelijk is van het aantal kinderen.

KINDERALIMENTATIE - VertrOuders Kennisbank

Huurtoeslag

Om voor huurtoeslag in aanmerking te komen moet je minimaal 18 jaar te zijn en een zelfstandige woonruimte te huren. Tevens moet je bij de gemeente op het woonadres ingeschreven staan. Ook wordt er gekeken naar de hoogte van de huur (maximaal € 720,42 (2019), je (gezamenlijke) inkomen en vermogen.

Doordat een scheiding vaak gepaard gaat met een de daling van inkomen en een verhuizing naar een huurwoning, kan de huurtoeslag een belangrijke toeslag zijn. Het is daarom ook van belang om bij het maken van de onderlinge afspraken rekening te houden met een eventuele huurtoeslag.

Het zijn van co-ouder kan invloed hebben op de hoogte van de huurtoeslag. Indien de kinderen bij beide ouders meetellen als medebewoner kan dit gunstig zijn voor de hoogte van de huurtoeslag.

Indien een ouder bij een eigen ouder intrekt, kan dit ook gevolgen hebben voor de huurtoeslag van die ouder. Het kind is namelijk mogelijk een toeslagpartner van de ouder geworden. Dit is belangrijk om in de gaten te houden bij scheiding.

Omdat de berekening van huurtoeslag vaak van veel factoren afhankelijk is, kan het handig zijn om een proefberekening van de huurtoeslag te maken op de website van de belastingdienst. 

Informatieblad Huurtoeslag 2019

Proefberekening Toeslagen 2019

Zorgtoeslag

Ook voor het ontvangen van de zorgtoeslag dient je minimaal 18 jaar oud te zijn, in het bezit te zijn van een Nederlandse zorgverzekering en de Nederlandse nationaliteit te hebben of een geldige verblijfsvergunning.

Net als bij de huurtoeslag wordt ook bij de zorgtoeslag gekeken naar de hoogte van het (gezamenlijke) inkomen en (gezamenlijke) vermogen. Omdat het inkomen na scheiding vaak daalt, kan er sneller sprake zijn van een zorgtoeslag. Het is daarom ook belangrijk om hier rekening mee te houden bij het maken van berekeningen of afspraken.

Het inkomen voor een alleenstaande mag niet hoger zijn dan € 29.562. Het vermogen mag dan niet hoger zijn dan € 144.776. Indien er sprake is van een toeslagpartner dan mag het gezamenlijke inkomen niet hoger zijn dan € 37.885 en een maximaal gezamenlijk vermogen van € 145.136.

Indien de kinderen 18 jaar zijn of ouder kunnen zij mogelijk een eigen zorgtoeslag aanvragen.

Indien een ouder bij een eigen ouder intrekt, kan dit gevolgen hebben voor je eigen zorgtoeslag als die van je ouder. Het is namelijk mogelijk dat jullie toeslagpartners van elkaar zijn geworden. Dit is belangrijk om in de gaten te houden bij scheiding.

Omdat de berekening van zorgtoeslag vaak van veel factoren afhankelijk is, kan het handig zijn om een proefberekening van de huurtoeslag te maken op de website van de belastingdienst. 

Informatieblad Zorgtoeslag 2019

Proefberekening Toeslagen 2019

Kinderopvangtoeslag

Voor de kosten van de kinderopvang  voor de opvang van kinderen (eigen, adoptie of pleegkinderen) bij een erkend kinderdagverblijf, BSO of gastouder, geeft de Belastingdienst Toeslagen een vergoeding in de vorm van de kinderopvangtoeslag.

Een andere voorwaarde is dat je (beiden) werkt. Dat hoeft niet per se een vaste baan te zijn. Je kan ook als zzp-er, freelancer of uitzendkracht werken.

In het geval een van de toeslagpartners niet werkt kan er soms toch recht op een toeslag zijn. Dit is het geval indien jij of je toeslagpartner een erkende opleiding volgt of een traject naar werk.

In principe dient het kind bij je op hetzelfde adres te staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie anders heb je geen recht op kinderopvangtoeslag.  Voor adoptiekinderen of pleegkinderen is ook nog vereist dat je kinderbijslag of een pleegouderbijdrage krijgen voor dit kind of je moet kunnen aantonen dat je het kind in belangrijke mate onderhoudt.

Je moet de opvangkosten zelf betalen en dit met bankafschriften kunnen aantonen aan de Belastingdienst. Als iemand anders de opvang betaalt, kun je dus geen toeslag krijgen.

Bij co-ouderschap heb je beiden recht op een eigen deel van de kinderopvangtoeslag ongeacht op wiens adres het kind staat ingeschreven. Zie voor de aanvraag hiervan het stappenplan van de belastingdienst Toeslagen.

Informatieblad Kinderopvangtoeslag 2019

Proefberekening Toeslagen 2019

Terugbetaling toeslagen

In het eerste jaar van de scheiding ben je vaak nog even toeslagpartner van je ex-partner. Voor de berekening van de toeslagen over de periode dat jullie nog toeslagpartner waren, wordt uitgegaan van het totale jaarinkomen. Indien het jaar inkomen van je partner stijgt na de scheiding – bijvoorbeeld door een loonsverhoging of bonusregeling – kan het zijn dat er teveel aan toeslag is ontvangen en zal dit naderhand misschien moeten worden terugbetaald.

In het artikel “alles over toeslagpartner en scheiding” wordt hier verder op ingegaan. Hier wordt ook aangegeven hoe je dit kan voorkomen.

Alles over toeslagpartner en scheiding

Overige heffingskortingen

Heffingskortingen zijn kortingen op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Je betaalt hierdoor minder belasting en premies. Naast de eerder genoemde inkomensafhankelijke combinatiekortingen zijn er nog de volgende heffingskortingen die bij scheiding mogelijk van belang zijn:

  • algemene heffingskorting;
  • arbeidskorting; en
  • ouderenkorting.

Deze heffingskortingen zijn niet afhankelijk van kinderbijslag en kinderen en werden vaak al voor scheiding ontvangen. Na scheiding kunnen deze wel hoger worden omdat ze veelal inkomensafhankelijk zijn.

Algemene heffingskorting

Iedereen met een inkomen tussen de € 68.507 en € 0 (2019) ontvangt een algemene heffingskorting. De algemene heffingskorting is maximaal het bedrag dat u moet betalen aan inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. In sommige gevallen zal de heffingskorting ondanks lagere heffing worden uitbetaald.

De maximale korting bedraagt € 2.477 voor iemand die in 2019 nog niet de AOW gerechtigde leeftijd heeft bereikt en een maximum inkomen van € 20.384 heeft. Boven dit inkomen neemt de heffingskorting af.

Voor mensen die op 1 januari 2019 de AOW gerechtigde leeftijd hebben bereikt geldt een maximum heffingskorting van € 1.268. Voor mensen die in 2019 de AOW gerechtigde leeftijd bereiken geldt een iets ingewikkeldere berekening.

Arbeidskorting

Iedereen die werkt heeft recht op de arbeidskorting. Deze heffingskorting wordt berekend over het arbeidsinkomen en wordt ingehouden van de loonheffing.

De hoogte van de arbeidskorting hangt af van je leeftijd en van de hoogte van je arbeidsinkomen. Op de website van de belastingdienst is een tabel opgenomen met de hoogte van de arbeidskorting.

Door scheiding zal de arbeidskorting vaak niet wijzigen.

In sommige gevallen zal de heffingskorting ondanks lagere heffing worden uitbetaald.

Ouderenkorting en Alleenstaandeouderenkorting

Mensen die in 2019 de AOW gerechtigde leeftijd bereiken of al hebben bereikt en een inkomen hebben tussen de € 47.423 en € 0 ontvangen mogelijk  de ouderenkorting en misschien ook de alleenstaandeouderenkorting. De heffingskorting is maximaal het bedrag dat u moet betalen aan inkomstenbelasting.

De maximale korting bedraagt € 1.596 voor iemand met een maximum inkomen van € 36.783. Boven dit inkomen neemt de heffingskorting af. 

Degene die in 2019 een AOW uitkering voor alleenstaanden ontvangt heeft tevens recht op de alleenstaandeouderenkorting van € 429.

Voor mensen die gaan scheiden kan deze korting interessant zijn. 

De korting wordt bij de aangifte automatisch toegepast.

Scheiding en de gezamenlijke eigen woning

Indien jullie een gezamenlijke eigen woning hebben dan heeft dit ook grote gevolgen. De woning zal moeten worden verdeeld, verkocht of misschien houden jullie de woning om bepaalde redenen nog even samen aan.

Naast praktische en emotionele gevolgen hebben deze beslissingen hebben grote financiële en fiscale gevolgen.

Verkoop van de woning

Door de verkoop zal de eventuele overwaarde van de woning tot de eigen woningreserve gaan behoren. Dit heeft invloed op de financiering van een nieuwe woning.

Indien de woning met verlies wordt verkocht dan zullen er met de bank afspraken over de restschuld moeten worden gemaakt. Over het algemeen zijn jullie namelijk beiden hoofdelijk aansprakelijk voor deze schuld. Indien de woning met verlies wordt verkocht en jullie hebben een hypotheek met een Nationale Hypotheek Garantie (NHG), dan zal je hier van te voren met de bank afspraken over moeten maken.

Verdeling van de woning

Indien de woning wordt toegedeeld aan een van jullie beiden, dan zal degene die de woning overneemt ook de hypothecaire geldlening moeten overnemen of een nieuwe hypothecaire financiering moeten regelen. In het eerste geval zal de andere partij uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de bestaande hypotheek moeten worden ontslagen. Anders kan de bank je nog blijven aanspreken voor een lening voor een woning waar je geen eigenaar meer van bent.

Indien er sprake is van overwaarde, zullen er afspraken moeten worden gemaakt over de uitbetaling van de overwaarde. Kan de overwaarde direct worden uitbetaald of meegefinancierd? Zal de overwaarde worden verrekend met andere vorderingen of een alimentatieverplichting?  Of zal de overwaarde moeten worden schuldig gebleven? De overwaarde kan over het algemeen niet zomaar worden kwijtgescholden omdat dat een schenking voor de schenkbelasting kan inhouden.

Deze beslissingen hebben allemaal gevolgen. Een van de belangrijkste gevolgen zal de bijleenregeling zijn. Bij overname van de woning zal, een deel van de oude lening – indien deze aflossingsvrij is – moeten worden omgezet in een nieuwe lening die lineair of annuïtair wordt afgelost. Dit kan gevolgen hebben voor het netto besteedbaar inkomen. De fiscale aftrek van de woning neemt namelijk in de loop van de jaren af. Ook dient er jaarlijks een deel te worden afgelost hetgeen ook een deel van het inkomen beslaat.

Aanhouden van de woning

Soms is ontslag van de hoofdelijke aansprakelijkheid (nog) niet mogelijk of is de tijd voor een verkoop (nog) niet optimaal. Soms is het gewoon financieel gunstiger om de woning nog even gezamenlijk aan te houden.

Uiteraard is het belangrijk dat hier goede afspraken over worden vastgelegd. Maar ook fiscaal komt er nog wat bij kijken.

Voor het aanhouden van de woning is gedurende 2 jaar de scheidingsfaciliteit van toepassing. De woning wordt dan fiscaal voor beiden nog als eigen woning gezien en zal niet voor de ex-partner die de woning heeft verlaten en op een ander adres woont in box 3 belanden.

Ook hoeven de voorwaarden van de hypothecaire geldlening gedurende deze periode niet te worden aangepast en kan de hypotheekaftrek in stand blijven.

De mogelijkheden rond de eigen woning en scheiding zijn divers en ingewikkeld. Deze worden in diverse artikelen nader behandeld.

Fiscaal partnerschap

Door een scheiding zullen jullie geen fiscaal partners meer van elkaar zijn.

Dit kan gunstig zijn maar soms ook minder gunstig. Omdat het in het jaar van de scheiding nog mogelijk is om gezamenlijk aangifte te doen is het van belang om hierover de juiste beslissing te maken.

Alles over Fiscaal Partnerschap en scheiding

In diverse artikelen onder de kennisbank van deze website ga ik verder in op de faciliteiten bij scheiding. Uiteraard kan er in jullie geval een combinatie van diverse faciliteiten van toepassing zijn en ben je het overzicht kwijt. Mogelijk zijn er ook verschillende belangen die het lastig maken om een juiste keuze te maken. 

VertrOuders kan jullie hierbij helpen. Die hulp start met gratis en vrijblijvend informatie gesprek bij ons op kantoor of bij jullie thuis.

CONTACT MET VERTROUDERS

Geef een reactie